, 11 mei - 27 juni,

Landschappen was een presentatie landschapsfoto’s van Elger Esser, Jan Koster en Gerco de Ruijter. Hoe verschillend hun werk ook is, alle drie de fotografen voelen zich schatplichtig aan de landschapsschilderkunst van de 17de eeuw.

Landschapsfotografen Elger Esser, Jan Koster en Gerco de Ruijter zijn sterk beïnvloed door de 17de eeuwse landschapsschilderkunst. Op de uitnodigingskaart voor hun tentoonstelling stond daarom een landschap van Philips Coninck afgebeeld. In Conincks schilderij zijn het hoge perspectief van De Ruijter, de weidsheid van het landschap van Koster, en het water en de kleuren van Esser onmiddellijk herkenbaar. Wat in de foto’s evenwel ontbreekt is de mens. De landschappen van de drie fotografen zijn lege landschappen, die aan hun eigen ruimte genoeg hebben.

Gerco de Ruijter
Gerco de Ruijter fotografeert zijn landschappen vanuit de lucht, met een camera die aan een vlieger bevestigd is. Zijn gekantelde landschappen verliezen hun gewone aanzicht; sporen als lijnen, barsten en korsten worden hierdoor tekens van een andere orde. Het landschap krijgt een schilderkunstige allure: de sloten lijken lijnen in abstracte schilderijen; grondmassa’s zijn ineens expressionistische verfstreken geworden – en tegelijkertijd blijven ze herkenbaar als elementen van een landschap.

Jan Koster
De getoonde fotowerken van Jan Koster waren langs de IJssel gemaakt. Koster fotografeerde de IJssel met een kleinbeeldcamera, waarmee hij – alsmaar opnamen makend – een majestueuze rivierbocht aftastte. De uiteindelijke beelden schoof hij allemaal in elkaar – een bewerking die onze moderne tijd verraadt, net zoals de auto’s, kribborden en het asfaltweggetje op de foto’s. Maar de gefotografeerde plekken zelf roepen oerbeelden van Holland op, zoals vastgelegd door schilders als Ruysdael en Van Goyen. Daarmee stellen ze gerust: het Hollandse landschap is (nog) niet verloren gegaan.

Elger Esser
Op de grote foto’s van Elger Esser zijn – vanuit een laag perspectief – de oeverranden van Franse riviermonden te zien. Dammetjes van klei brengen orde in de weidsheid van de lucht en het water. Het in vlakken verdeelde wateroppervlak heeft een dubbelzinnige kwaliteit: doordat iets van de transparantie is weggenomen, zou het water evengoed vaste massa kunnen zijn. De overheersende bruine sepiatinten geven het landschap een tijdloos karakter.